Nieuws van het bestuur

Welkom op de informatiepagina van het bestuur. Hieronder vindt u algemene informatie over het bestuur.

Het bestuur van Kristlike Basis Skoalle (KBS) De Arke te Nij Beets bestaat uit

Erwin Huisman (voorzitter)

Joukje Marije Smedingsa (secretaris)

Peter Machiela (penningmeester)

Sjoerd Ruiter

Cobi Lageveen

Jan van der Wal

Gerrit van der Leeuw

De voorzitter is per e-mail bereikbaar op: voorzitter@arke-nijbeets.nl  

In deze informatieve tekst willen we u als lezer en als betrokkene bij KBS De Arke informatie bieden. Bijvoorbeeld over de vraag: wie zitten in het bestuur? Wat doet een schoolbestuur eigenlijk? Welke taken moet het bestuur uitvoeren? Is uiteindelijk de directeur gewoon de baas? Of de burgermeester van Opsterland?

Het bestuur en de verantwoordelijkheden

Allereerst: het bestuur van KBS De Arke bestaat uit een zevental enthousiaste vrijwilligers, ouders van schoolgaande kinderen. Besturen is niet ons beroep. Wij zijn ook geen specialisten op het gebied van onderwijs en schoolmanagement, maar wij proberen als zevental met betrokkenheid en een portie gezond verstand de zaken van de school te behartigen. Dit doen we in nauw overleg met de directeur en zonodig met andere personeelsleden. Het bestuur is wettelijk gezien de belangrijkste gezagdrager op de school: het zogeheten ‘bevoegd gezag’ berust bij het bestuur. Dus wie dacht dat een schooldirecteur de baas is of de burgermeester van Opsterland, heeft het mis. Het bestuur is ‘de baas’. Maar… ook hier is er sprake van een vorm van democratie. De leden van de schoolvereniging kiezen tijdens de jaarlijkse vergadering de nieuwe bestuursleden. En die leden zijn de ouders! Dus het uiteindelijke gezag ligt zo bezien bij ouders van schoolgaande kinderen en bij ouders die ook nadat hun kinderen de school hebben verlaten, lid zijn gebleven. Kortom, de verantwoordelijkheid ligt bij de leden van de schoolvereniging, die uiteindelijk bepalen welke ouders in het bestuur gaan participeren.

De directeur

Maar hoe zit het dan met de directeur, om te beginnen? Wat is zijn positie? De directeur is de persoon aan wie het bestuur de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken op de school heeft overgedragen. Dus de directeur geeft leiding aan het schoolbedrijf en heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid. Hij is het aanspreekpunt van het bestuur, hij geeft leiding aan het personeel, hij maakt in overleg met het personeel keuzes voor lesmethoden, onderwijsvormen en alles wat zich praktisch en concreet voordoet in het schoolgebeuren. De directeur heeft ook een belangrijke rol in het beheren van de financiën, die hij of zij zonodig in overleg met de penningmeester van het bestuur uitvoert. Kortom, de directeur bekleedt een belangrijke functie op de school: de kapitein op het schip. Het bestuur doet er alles aan om de directeur optimaal te kunnen laten presteren. Het dragen van verantwoordelijkheid door het bestuur betekent dus ook: dienstbaar zijn aan het werk van de directeur.

Ledenvergadering

Zoals gezegd, het bestuur moet verantwoording afleggen over het beleid. Hoe en wanneer? Tijdens de jaarlijkse ledenvergadering. Elk jaar in maart wordt de ledenvergadering belegd en alle leden van de vereniging worden dan uitgenodigd. Bij de uitnodiging zit een verslag van het werk van het bestuur van het afgelopen jaar en eventueel een vooruitblik op de plannen voor het komende jaar. Onderdeel hiervan is vanzelfsprekend ook de financiële stand van zaken.

automatisch betalen ledencontributie (klik op deze link)

Het kan voorkomen dat leden van de vereniging een specifieke kwestie willen bespreken met het bestuur, terwijl de maart-vergadering nog ver weg is. In dat geval kunnen leden altijd contact opnemen met het bestuur om een gesprek aan te vragen.

Wie zijn kandidaten voor het bestuur?

De leden van het schoolbestuur zijn vrijwel altijd ouders van schoolgaande kinderen. Bij het zoeken van nieuwe bestuursleden wordt altijd eerst gekeken naar geschikte bestuurskandidaten uit de eerste drie leerjaren. Deze ouders zijn immers nog wel een poosje bij de school betrokken, wat wel wenselijk is, omdat je vijf jaar in het bestuur zit.

 Het bestuur bestaat uit een voorzitter, een secretaris, een penningmeester, twee verantwoordelijken voor het onderhoud van de school: binnen en buiten. De overige bestuursleden hebben uiteenlopende taken. Altijd zit er ook iemand in het bestuur die na een jaar de functie van voorzitter, penningmeester of secretaris op zich neemt. Bij elkaar dus altijd zeven mensen, waardoor een stemming altijd op een meerderheid en een minderheid zal uitlopen.

Bij de geschiktheid van nieuwe bestuursleden wordt altijd gekeken naar de kwaliteiten die iemand heeft t.a.v. de te vervullen functie. Ook wordt gelet op de binding met de identiteit van de school. Daarvan is kerkelijke verbondenheid een belangrijke indicatie. Dit staat in rechtreeks verband met de grondslag van de school (te vinden in de schoolgids), die alle leden ondertekenen. Volgens de statuten dienen 5 van de 7 leden van het bestuur lid te zijn van de plaatselijke PKN-gemeente; maximaal twee leden kunnen elders lid zijn van een kerk of gemeente. Deze keuze is in het verleden gemaakt, om de verbondenheid van de school met de plaatselijke kerk te onderstrepen.

Formeel kiezen de leden van de Vereniging het bestuur; in de praktijk betekent dit doorgaans dat de voordracht van het bestuur stilzwijgend wordt aanvaard.

Openbaar en bijzonder onderwijs

Het bijzonder onderwijs verschilt van het openbaar onderwijs als het gaat om de mogelijkheid een specifieke levensbeschouwelijke invulling te geven aan de school. De meerderheid van de Nederlandse basisscholen bestaat uit bijzondere scholen: naast christelijke scholen - protestantse en katholieke - zijn er bijvoorbeeld ook moslimscholen, Dalton-scholen en Jena-planscholen. Binnen de gemeentelijke grenzen van Opsterland is onze school lid van de VCSO, waarin alle Opsterlandse basisscholen participeren. Doel hiervan is een zekere mate van samenwerking en onderlinge ondersteuning. Dit laatste vindt met name plaats door het interschools management, dat in het kader van de VCSO uitgevoerd wordt.

Qua organisatiestructuur is er een groot verschil tussen het bijzonder en het openbaar onderwijs. Hierboven is uiteengezet dat de leden van de schoolvereniging een bestuur kiezen, dat vervolgens geldt als het bevoegd gezag. Bij het openbaar onderwijs werkt het anders. Voorheen was de wethouder onderwijs van de gemeente Opsterland verantwoordelijk voor alle openbare scholen binnen de gemeentegrenzen. Maar die situatie is in 2008 veranderd. Vanaf 1 augustus 2008 vormt de Stichting PRIMO-Opsterland het bevoegd gezag van het openbaar primair onderwijs in de gemeente Opsterland.

Verhouding met de Medezeggenschapraad

Wettelijk is het verplicht dat elke school een medezeggenschapsraad (mr) heeft. De mr is een orgaan dat de mogelijk biedt om inspraak te hebben in het bestuursbeleid. Aan wie? Aan ouders en aan personeelsleden. Het bestuur kan dus niet uitsluitend zijn eigen weg gaan. Er zal rekening moeten worden gehouden met de stem van de mr, vooral ook omdat er wettelijk is geregeld in welke gevallen bijvoorbeeld het bestuur instemming of advies van de mr nodig heeft om een besluit te kunnen nemen.

 Nu is het belangrijk, om de zin hierboven - de mr is een orgaan dat de mogelijkheid biedt inspraak te hebben in het bestuursbeleid - goed te begrijpen. Het gaat er nl. precies om dat de mr inspraak heeft in het beleid. Dat betekent: de grote lijnen van de visie, waarbinnen het bestuur werkt. De mr heeft bijvoorbeeld inspraak wanneer er een nieuw personeelsbeleid moet komen of wanneer er een heel ander type  lesmethode gekozen zou worden. Dàt is verandering van beleid en dan heeft de mr inspraak. Wanneer het gaat om allerlei praktische en concrete dingen in de dagelijkse gang van zaken in school, heeft de mr geen inspraak. De mr zit dus niet op de stoel van het bestuur en heeft een eigen verantwoordelijkheid. De mr is van belang als een kritische instantie die in zaken van beleid meedenkt en in een aantal gevallen meebeslist. Die gevallen zijn overigens per wet precies aangegeven. De adviesbevoegdheid van de mr is overigens onbegrensd. Duidelijk moet ook zijn dat de mr niet ressorteert onder het bestuur; de mr is een geheel zelfstandig bestuurlijk orgaan, dat strikt genomen zelfs geen verantwoording schuldig is aan de ledenvergadering. De ouders en leerkrachten die erin participeren, participeren op persoonlijke titel; zij hebben formeel gezien geen vertegenwoordigende functie. Voor het personeelsdeel van de mr - twee leden uit het docentenkorps - geldt dat de mr tegelijk een soort van ondernemingsraad is. Op bestuurlijk niveau hebben de werknemers - het personeel - via de mr invloed op het beleid.

 Per jaar vergadert het bestuur verplicht tweemaal met de mr. Op verzoek van de mr of van de zijde van het bestuur kan dat aantal zonodig incidenteel uitgebreid worden. Tijdens de jaarvergadering in maart doet de mr verslag van haar werkzaamheden aan de ledenvergadering.

De activiteitencommissie

Sinds 2006 is er op school ook een activiteitencommissie. Deze commissie bestaat uit een zestal ouders, dat assistentie verleent bij bijzondere activiteiten op school, zoals de Kerstviering, de Paasviering, de sportdag en de laatste schooldag. De activiteitencommissie doet haar werk in overleg met het personeel. Op haar beurt kan de activiteitencommissie andere ouders vragen mee te doen bij bepaalde activiteiten. De activiteitencommissie heeft in praktische zin weinig met het bestuur te maken. Deze commissie valt allereerst onder verantwoordelijkheid van de directeur. In formele zin is het bestuur verantwoordelijk voor de activiteitencommissie, maar er zijn geen gezamenlijke vergaderingen. 

Besturen tussen vele partijen

Samengevat: het bestuur doet zijn werk temidden van een aantal ‘partijen’. Het bestuur heeft een plaats tussen de schoolvereniging en het personeel van de school. Tevens houdt het bestuur rekening met de visie van de mr. Dat is het bestuurlijke, technische ‘plaatje’. Daarmee zijn we er natuurlijk niet. Er moet steeds weer opnieuw met enthousiasme en betrokkenheid gewerkt worden aan een positief leer- en werkklimaat op school, samen met alle betrokkenen, met het oog op het welzijn van de leerlingen en van het personeel. Om dit zo goed mogelijk gaande te houden, spant het bestuur zich graag in, in samenwerking en samenspraak met leden, directeur, personeel en mr. Het doel is een organisatie waarin iedereen optimaal floreert, zodat de kinderen het goed hebben op een school. Om dat te bereiken dienen praktijk en inspiratie hand in hand te gaan: onderwijskundige professionaliteit en het putten uit de bronnen van onze identiteit: de Bijbel en de christelijke geloofstraditie.